Missie

In deze vleugel van het DKE zijn teksten en bronnen te vinden over de verschillende mensen, die actief waren in de missie

Doorgaans wordt met de term 'missie' het verspreiden van het christelijk geloof in de zogenaamde missielanden in de periode 1870-1965 bedoeld (tussen het Eerste (1869-1870) en het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-65)). Tot aan het begin van de 20e eeuw zijn de meeste missionarissen priesters die vooral gericht zijn op het bekeren van niet-christenen, die heidenen werden genoemd, tot het katholieke geloof. In die tijd zijn de Nederlandse katholieken nog niet erg actief in de missie. Nederland wordt namelijk zelf na de reformatie door Rome als een missiegebied beschouwd, tot in 1853, wanneer in ons land de bisschoppelijke hiërarchie wordt hersteld.

Na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) wordt het missiewerk gereorganiseerd door de Nederlandse kardinaal Willem van Rossum, die van 1918-1932 de scepter zwaait over de Congregatie de Propaganda Fide, de centrale missie-instantie binnen het Vaticaan. Er wordt steeds meer nadruk gelegd op het opbouwen van de kerk als instituut. Naar westers model worden er behalve kerken en seminaries en ziekenhuizen ook scholen en ziekenhuizen gebouwd door missionarissen, vooral door zusters en broeders. Deze missionaire inzet vindt in Nederland veel weerklank. In het Interbellum (1918-1939) neemt het aantal Nederlandse missionarissen dat naar Nederlandse koloniën en Afrika afreist, zelfs zo sterk toe, dat de paus Nederland een voorbeeld voor andere landen noemt: Hollandia docet.

Na de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) worden veel koloniën onafhankelijk en tegelijkertijd worden veel kerken in de vroegere missielanden zelfstandig. Steeds vaker worden deze kerken geleid door mensen uit het eigen land of volk. Veel Nederlandse missionarissen gaan daarom op zoek naar nieuwe werkterreinen, bijvoorbeeld in Latijns-Amerika, waar in Chili en Brazilië een groot tekort aan priesters bestaat. In de loop van de jaren zestig krijgt missie steeds meer het karakter van ontwikkelingswerk en van het opkomen voor de rechten van arme mensen. Aanvankelijk spelen Nederlandse missionarissen in deze ontwikkeling een belangrijke rol, maar omdat er geen nieuwe missionarissen meer bijkomen, neemt hun aandeel steeds verder af. In feite wordt het einde van het missietijdperk tijdens het Tweede Vaticaans Concilie aangekondigd, wanneer als richtlijn wordt aangenomen dat alle voormalige missiekerken voortaan niet meer door buitenlandse missionarissen maar door eigen bisschoppen worden geleid.

Op dit moment is deze vleugel nog in aanbouw. De volgende thema's zullen bij 'Missie' aan bod komen:

- Vormen van missiewerk
- Profiel van missionarissen: priesters, zusters en broeders
- Werkgebieden
- Missie en kolonialisme
- 'Etnisering'  van missiekerken
- Veranderingen in het missiewerk na de Tweede Wereldoorlog

Klik op de afbeelding voor een vergroting
missionarissen in Kala
Klik op de afbeelding voor een vergroting
een kraamkliniek in Kameroen
Klik op de afbeelding voor een vergroting
Filipijnse bisschop