Overlijden en begraven worden
Meer weten: literatuur, internet

Ziekte en overlijden zijn in de katholieke cultuur met rituelen omgeven. Voor ernstig zieken en mensen die op sterven is er de ziekenzalving, ook wel de laatste sacramenten genoemd. Dit is een ritueel van vergeving van de zonden, waarbij iemand gezalfd wordt ten teken van Gods vergeving.

Na het overlijden wordt er in de kerk een avondwake en een requiemmis gehouden. Avondwake en uitvaart staan in het teken van de overgang van de ziel naar de hemel. De katholieke kerk leert dat het hiernamaals bestaat uit het vagevuur, de hemel en de hel. Het vagevuur geldt als een louterende tussenfase, waar mensen voor hun zonden moeten boeten, voordat ze tot de hemel worden toegelaten. Lange tijd was het bidden voor de zielen in het vagevuur een serieuze opdracht in de ogen van veel katholieken. Door te bidden kon het verblijf van een ziel in het vagevuur aanzienlijk worden bekort, of zelfs worden kwijtgescholden.

Rond de dood bestaan bovendien allerlei volksgebruiken, die vooral op het platteland soms nog in ere worden gehouden. Dergelijke rituelen kwamen in steden maar sporadisch voor. Dat iemand was overleden, werd vaak door het luiden van de klokken aangekondigd en door het plaatsen van een dodenteken in de nabije omgeving van het huis van de overledene. Bovendien gingen buren van de overledene langs de huizen in het dorp om de dood van hun buurman- of vrouw af te kondigen. Zij hadden de taak de dode te verzorgen, af te leggen en de uitvaart te regelen. De dode werd thuis opgebaard. Aan de vooravond van de uitvaart werd door familie en buurt de bij de dode de rozenkrans gebeden. De requiemmis werd opgedragen door de pastoor of de kapelaan volgens een vast ritueel. Aan de aankleding van de kerk kon men zien of de gestorvene gefortuneerd of juist arm was geweest. Hoe armer de overledene, hoe soberder de aankleding. Het was gebruikelijk dat de dode op een door de priester gezegend katholiek kerkhof werd begraven. Ook het herdenken van de overledenen was omkleed met, al dan niet specifiek katholieke, rituelen. Zo droeg de naaste familie een bepaalde tijd na het overleden vaak zwarte rouwkleding en werden er bij de begrafenis bidprentjes ter nagedachtenis aan de overledene afgegeven.

Vanaf de jaren zeventig verandert de katholieke uitvaart van vorm. Opbaren gebeurt vaker in een uitvaartcentrum. Het bidden van de rozenkrans is in onbruik geraakt. De avondwake heeft het karakter van een herdenkingsdienst gekregen. De rol van de buren is grotendeels overgenomen door de professionele begrafenisondernemers. Inmiddels kiezen mensen liever voor een persoonlijk karakter. Dit komt tot uitdrukking in de rouwadvertenties en overlijdenskaarten, waarmee een overlijden tegenwoordig wordt bekend gemaakt. Nabestaanden willen vaak zelf een actieve bijdrage aan de requiemmis leveren, bijvoorbeeld in de schriftlezingen, de voorbedes of bij de keuze van de muziek. Deze behoefte heeft de afgelopen jaren ook tot conflicten geleid met priesters die daar geen ruimte aan willen bieden. Een eucharistieviering bij gelegenheid van een uitvaart is tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend. Enerzijds door een groot tekort aan priesters, anderzijds doordat overledenen of hun nabestaanden de voorkeur geven aan pastoraal werkers of diakens als voorgangers. Dan heeft de viering de vorm van een woord- en communiedienst.

De houding van de kerk ten opzichte van het cremeren is de afgelopen decennia veranderd. Voorheen was het niet mogelijk een requiemmis te houden wanneer iemand gecremeerd werd. In de jaren zestig is besloten cremeren toe te staan.

Klik voor meer bronmateriaal op de afbeelding
Laatste sacramenten
Klik voor meer bronmateriaal op de afbeelding
christelijke visie op de dood
Klik voor meer bronmateriaal op de afbeelding
Verkondigen van een sterfgeval
in Lutjebroek

Lijkkoets
Meer weten
Literatuur:

Kok, H.L, De geschiedenis van de laatste eer in Nederland (Lochem 1970). Geeft een overzicht van Nederlandse gebruiken en gewoontes rondom het sterven en het begraven. Vanaf de hunebedden tot en met cremeren biedt dit boek veel (ook gedetailleerde) informatie over de omgang met de dood in het alledaagse leven.

Spruit, R., De dood onder ogen : een cultuurgeschiedenis van sterven, begraven, cremeren en rouw (Houten 1986). Ruud Spruit benadert het sterven en begraven vanuit een cultuurhistorisch perspectief vanaf de prehistorie tot aan de twinitigste eeuw. De nadruk in het boek ligt op de 17e-19e eeuw, toen tal van culturele veranderingen plaatsvonden.

Internet:

‘IVA Beleidsonderzoek en advies’ over De dode nabij: nieuwe rituelen na overlijden. Een rapport uitgebracht in opdracht van Dela Uitvaartverzorging. Het IVA onderzoek de behoefte aan persoonlijke betrokkenheid van de nabestaanden in een uitvaart en komt tot de conclusie dat er steeds meer behoefte bestaat aan een persoonlijke invulling, de zogenoemde “nieuwe rituelen”.

‘Uitvaart' In: Herman Pijfers, Naast de kerk; een katholiek verleden is nooit weg’(p 9-27) . Een verhaal over de manier waarop Herman Pijfers de uitvaart van zijn katholieke moeder beleefde.

‘Katholiek Nederland’ over Euthanasie. Een dossier dat diverse documenten bevat met bisschoppelijke uitspraken over euthanasie. Het dossier geeft een mooi verloop weer van het katholieke verweer tegen de euthanasiewet in de jaren tachtig en negentig.

'Andere tijden' over Ongewijde aarde .

Aflevering: en Toelichtende internetpagina bij de aflevering:

Een artikel en een aflevering over 'ongewijde aarde'. Zelfmoordenaars, communisten en ongedoopte kinderen waren voorbeelden van mensen, die niet in gewijde aarde begraven mochten worden. Andere tijden laat onder andere de persoonlijke ervaringen van ouders zien, wiens ongedoopte kind in ongewijde aarde werd begraven. Het artikel geeft daarnaast wat achtergrondinformatie.

‘Sonja’ over de dood en erger.

Aflevering en internetpagina.

In dit programma wordt een mooi overzicht gegeven van de belangrijke rol die de dood innam en nog steeds inneemt in de media.

‘Kruispunt’ over oude en nieuwe rituelen.

Aflevering en internetpagina.

Mensen zoeken op scharniermomenten naar oude en nieuwe rituelen binnen en buiten de kerk.