Kerkelijk kader

Tot de jaren zestig kende de katholieke kerk een duidelijk, hiërarchisch onderscheid tussen de geestelijke en religieuze ‘professionals’: priesters en religieuzen, en de andere gelovigen, de zogeheten leken.
Sinds het tweede Lateraans Concilie (1139) onderscheidt het verplichte celibaat de priesters nadrukkelijker van de leken Voor priesters gold voortaan een verbod om te trouwen. De priesterwijding en het celibaat markeerden de identiteit van geestelijken als alter Christus, een andere Christus die deelt in diens macht en die in zijn spoor middelaar is tussen God en mens. Aan het begin van de zestiende eeuw zouden hervormers als Luther en Calvijn dit middelaarschap afwijzen. In de katholieke reformatie werd de heilige of gewijde macht van de priester juist weer sterk benadrukt. Die macht moesten priesters inzetten voor de geloofsgemeenschap, met name door het bedienen van de sacramenten.

Onder religieuzen kan iedereen worden verstaan die leeft volgens de regel van een orde of congregatie. Zij leven volgens de geloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Religieuzen zijn weer onder te verdelen in priesters (ook wel priesterreligieuzen, paters of regulieren genaamd), zusters, of lekenbroeders. Bovendien is deze groep te onderscheiden naar de specifieke levenswijze van hun gemeenschappen. Sommige gemeenschappen streven een zuiver beschouwend (of contemplatief) leven na, andere juist een leven met beschouwende elementen (gebed, meditatie) en actieve aspecten (werkzaamheden in de zielzorg, het onderwijs, de zorg, missie of andere werkvelden).

Religieuzen hebben het aanzien van het Nederlandse katholicisme in de negentiende en twintigste eeuw sterk bepaald. Rond 1950 telde Nederland in totaal 227 orden en congregaties (165 gemeenschappen van actieve en contemplatieve vrouwelijke religieuzen, 39 gemeenschappen van priesterreligieuzen en 23 van lekenbroeders). Anno 2000 waren dit er nog 182 (129 gemeenschappen van contemplatieve en actieve vrouwelijke religieuzen, 36 van priesterreligieuzen en 17 van lekenbroeders). Door de bank genomen zijn dit gemeenschappen die sinds de jaren zestig geen nieuwe leden meer hebben aangenomen, zich uit de door hen opgebouwde werkvelden als onderwijs en zorg hebben teruggetrokken, en waar de gemiddelde leeftijd inmiddels boven de zeventig ligt.

Tijdens het Tweede Vaticaans Concilie kwam de uitzonderingspositie van priesters en religieuzen ter discussie te staan. Voortaan stond voorop dat iedere gedoopte deel uitmaakt van het volk Gods; daarna pas komen de verschillen tussen priesters en leken in taakstelling en bevoegdheid in beeld. Voor de ‘professionals’ zette deze visie op de kerk een bezinning en heroriëntatie op hun identiteit en werkzaamheid in gang, maar soms ook een evaluatie van hun positie binnen de kerk als instituut. Die evaluatie viel voor velen negatief uit. Tussen 1966 en 1975 kende Nederland een heuse golf aan ambtsverlatingen en uittredingen: priesters die het ambt verlieten en religieuzen die uit hun gemeenschappen uittraden. Sinds 1965 is het aantal priesters dat werkzaam is in de parochiezielzorg teruggelopen met 70%. De prognose is dat deze daling zal aanhouden. Deze daling kan op termijn niet zonder gevolgen blijven voor de organisatie en de structuur van de kerk, waarin de priesters officieel nog altijd centraal staat.

Sinds de jaren zestig bestaat het Kerkelijk kader naast priesters ook uit pastoraal werkenden – theologisch geschoolde vrouwen en mannen, die niet de sacramenten mogen bedienen –  en gewijde permanente diakens, die alleen mogen dopen. Uit onderzoek is gebleken dat dit verschil met priesters voor veel gelovigen niet zo zwaar weegt. Zij waarderen deze nieuwe religieuze professionals, die zich veelal sterk maken voor een kerk waarin het aandeel van de leken versterkt wordt. Dit leidt tot een spanning met het officiële kerkelijke beleid, dat in de laatste decennia de exclusieve bevoegdheden van de geestelijkheid zwaarder lijkt aan te zetten.

Op dit moment is deze vleugel nog in aanbouw. De volgende thema's zullen bij 'Kerkelijk kader' aan bod komen:

  • priesters en clericale cultuur
  • actieve vrouwelijke religieuzen en hun werkvelden
  • actieve mannelijke laïcale religieuzen en hun werkvelden
  • Heroriëntatie en herbronning vanaf de jaren zestig
  • ‘Brekers van beloften’: uitgetreden priesters en religieuzen

Klik op de afbeelding voor een vergroting
bisschoppen
Klik op de afbeelding voor een vergroting
kloosterzusters