1975- : Katholicisme in Nederland op de drempel in de 21ste eeuw
Meer weten: literatuur,


pag 1 - 2 - 3 - 4

Sinds de jaren 1960 zijn gelovigen uit alle christelijke denominaties in feite ‘weggedreven’ uit hun kerken. Geloof als zodanig is marginaal geworden voor hun wereldbeeld, zelfverstaan en zelfexpressie. Voor hen was – en is - geloof per definitie kerkelijke godsdienstigheid, verbonden met het behoren bij een sociale groep met een eigen levenswijze en bijbehorende verplichtingen. Velen hebben afstand genomen van de kerk als instituut. Anno 2000 woont nauwelijks 10% van de katholieken in het weekend een eucharistieviering bij. De meesten geven hoogstens blijk van hun geloofsovertuiging door met Kerstmis, soms ook met Pasen naar de kerk te komen. Dan loopt het aantal katholieke kerkgangers jaarlijks op tot twee, respectievelijk een miljoen (van de toen nog ruim 5 miljoen in totaal). Ook voor de viering van voornaamste scharniermomenten in een mensenleven, de rites de passage, zoals de huwelijksinzegening, de doop van kinderen en de uitvaart, doen zij een beroep op de kerk. Deze vorm van katholiek-zijn botst in sommige bisdommen met die van (vooral jonge of buitenlandse) priesters die hun monopolie op de bediening van de sacramenten aangrijpen om gelovigen tot een intensievere geloofspraktijk aan te zetten.
           
Strengere handhaving van officiële kerkelijke richtlijnen was de afgelopen decennia de beleidslijn in de Nederlandse kerkprovincie. Deze beleidslijn heeft kritische katholieken en degenen die buiten de gepolariseerde binnenkerkelijke verhoudingen probeerden te blijven, uitgesloten. Sinds de jaren 1970 was de Nederlandse rooms-katholieke kerk een gemêleerde gemeenschap, van wie sommigen zich liever katholiek dan rooms noemden. Door de uittocht en vergrijzing van kritische katholieken lijkt het strengere roomse profiel de boventoon te gaan voeren. Dit trekt ook weer nieuwe gelovigen, die dit roomse profiel associëren met de katholieke traditie waarin zij zich willen scharen. Zij doen dat deels op creatieve wijze, vanuit nieuwe bewegingen binnen de kerk.

Getalsmatig is het zwaartepunt van de katholieke kerk in Nederland naar het zuiden des lands verschoven. Deze verschuiving is markant omdat juist in de zuidelijke bisdommen de parochies naar verhouding het grootste zijn en met minder priesters toe moeten dan in de bisdommen boven de grote rivieren. Wekelijks wordt in heel Nederland van plaats tot plaats zichtbaar hoe ruim de meer dan 1700 parochiekerken momenteel in hun jas zitten. Kerken die niet meer in gebruik zijn, worden gesloopt of krijgen een nieuwe bestemming, als appartementencomplex, fietsenstalling, evenementenhal of boekhandel. Talrijke fusies van parochies in de afgelopen decennia hebben de grote problemen niet kunnen oplossen: slinkende pastorale menskracht, teruglopend aantal vrijwilligers in de parochies, groeiende financiële tekorten voor de afzonderlijke bisdommen. Dit beeld tekent zich niet alleen in Nederland af, maar in heel Noord-West Europa. Het priestertekort is van invloed op de geloofspraktijk, omdat zonder priester geen eucharistie gevierd kan worden, maar een woord- en communiedienst, waarbij hosties worden uitgereikt die door een priester zijn geconsacreerd. 85% van de Nederlandse katholieken hecht niet zozeer aan priesters, aan gewijde mannen, als voorgangers. Wat hen betreft mogen ook leken, mannen en vrouwen, pastoraal werkenden, voorgaan in vieringen.

pag 1 - 2 - 3 - 4

Klik voor meer bronmateriaal op de afbeelding
sloop van een kerk
Klik voor meer bronmateriaal op de afbeelding
oudere kerkbezoekers
Meer weten
Literatuur:

Kim Knibbe, Faith in the Familiar: Continuity and Change in Religious Practices and moral orientations in the south of Limburg, the Netherlands (Amsterdam 2007).

Peter van Rooden, ‘Oral history en het vreemde sterven van het Nederlandse christendom’, BMGN 119,4 (2004) 524-551.

Anton de Wit en Richard Steenvoorde (eds.), Onderstroom. Wij zijn de tijden (Hilversum 2007).

Joep de Hart, Gerard Dekker en Ton Bernts, God in Nederland 1996-2006 (Kampen 2007).

Theo Schepens, Leo Spruit, Joris Kregting, De Rooms-Katholieke Kerk in Nederland, 1960-2000. Een statistisch trendrapport (KASKI-Memorandum 326) (Nijmegen/Tilburg 2002).