1960-1975: Bij de wereld
Meer weten: literatuur,

pag 1 - 2 - 3

Op 25 januari 1959 kondigde paus Johannes XXIII een concilie aan, een algemene, wereldwijde vergadering in Rome van alle bisschoppen. Dit was bedoeld als een soort collectief zelfonderzoek van de katholieke kerk. Wat was haar positie in de moderne wereld en wat had zij de mensen van deze tijd te bieden?
Aggiornamento
werd het motto van het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965): de rooms-katholieke kerk bij de tijd brengen. Dit streven vond in Nederland een vruchtbare voedingsbodem. Tussen 1956 en 1962 was het bisschoppencollege vernieuwd. Een nieuwe generatie kerkleiders probeerde op twee manieren in te spelen op de democratiseringstendensen in kerk en samenleving. Zij ontwikkelden een terughoudend leiderschap en boden zo ruimte aan leken om vanuit een eigen verantwoordelijkheid mee te denken en mee te spreken over de toekomst van hun kerk. Dat gold niet alleen voor degenen vooraanstaande posities in de politiek of maatschappelijke organisaties bekleedden, maar ook voor katholieke intellectuelen (priesters en leken).
           
In Nederland vond een grondige voorbereiding op het concilie plaats. De Nederlandse bisschoppen, onder leiding van aartsbisschop kardinaal B. Alfrink , hoorden bij de uitgesproken pleitbezorgers voor kerkelijke vernieuwing. Zij beschouwden de kerk als een de geloofsgemeenschap waarin de hiërarchische verschillen tussen priesters, religieuzen en leken aan betekenis verloren (‘Gods volk onderweg’). Verder bepleitten zijn openheid naar de moderne samenleving, een fundamentele erkenning van godsdienstvrijheid en een dialoog met vertegenwoordigers van andere gezindten. Voorstanders van deze vernieuwingen hoopten de kerk zo toekomstbestendig te maken. Tegenstanders vreesden juist dat zij door zulke ingrijpende aanpassingen in haar organisatie en profileren schade zouden lijden. Het concilie zou uiteindelijk de geschiedenis ingaan als ‘compromisconcilie’ dat de hooggespannen verwachting van vernieuwing niet volledig kon waarmaken.

Belangrijke geschilpunten waren het verplichte ambtscelibaat, dat met moeite van de concilieagenda was gehouden, en de kwestie van collegiaal bestuur. Deze punten kwamen wél aan de orde tijdens Pastoraal Concilie (1966-1970). Dit hadden de bisschoppen belegd om de Vaticaanse conciliedocumenten naar de kerkprovincie te vertalen. Terwijl zij ervan overtuigd waren dat binnenkerkelijke hervorming onvermijdelijk was, bevestigde het Pastoraal Concilie voor de Heilige Stoel de progressieve indruk die de Nederlandse bisschoppen hadden gemaakt tijdens de internationale Romeinse vergadering. De keuze voor de dialoog van hoge en lage geestelijken, van religieuzen en leken werd in Rome bovendien als te protestants beschouwd. Oude zorgen om de katholieken in het ‘protestantse Nederland’ staken de kop op. Hier liggen de wortels van de scherpe polarisatie onder Nederlandse katholieken vanaf de jaren 1970. De vervanging van het Latijn door het Nederlands in de liturgie en liturgische experimenten waren directe resultaten van de kerkelijke vernieuwing. Met die vernieuwing engageerden kritische progressief gezinde katholieken zich, bijvoorbeeld rond de Amsterdamse Studentenekklesia of in Septuagint – een gezelschap van priesters die zich verzetten tegen het verplichte ambtscelibaat. Katholieken die door dergelijke initiatieven verontrust waren, hadden spreekbuizen in de conservatieve bladen Confrontatie en Waarheid en leven.

1 - 2 - 3

Klik voor meer bronmateriaal op de afbeelding
eerste zitting van het tweede Vaticaans concilie
Klik voor meer bronmateriaal op de afbeelding
nederlandse delegatie op het tweede Vaticaanse concilie
Klik voor meer bronmateriaal op de afbeelding
zitting van het pastoraal concilie
Klik voor meer bronmateriaal op de afbeelding
beatmis
Meer weten
Literatuur:

W J.A. Coleman, The Evolution of Dutch Catholicism, 1958-1974 (Berkeley/Los Angeles/London 1978).
Joris van Eijnatten en Fred van Lieburg, Nederlandse religiegeschiedenis (Hilversum 2005) hoofdstuk 12.

Herman J. Selderhuis, Handboek Nederlandse kerkgeschiedenis (Kampen 2006) hoofdstuk 7.2 (door George Harinck en Lodewijk Winkeler).

A.H.M. van Schaik, Alfrink. Een biografie (Amsterdam 1997).