1517-1648 (2): Geloof en politiek in de Nederlanden

pag 1 - 2 - 3

In 1568 kwamen de staten van Holland, Zeeland, Gelderland, Utrecht, Friesland, Drente en Groningen in Opstand tegen Filips II. Filips was zijn vader Karel V in 1555 opgevolgd en sindsdien ook landsheer van de Nederlanden. Hij zette het religiebeleid van zijn vader, gericht op de katholieke eenheid in zijn machtsgebied, voort. In politiek opzicht streefde hij naar centralisatie en grotere bevoegdheden over de afzonderlijke gewesten. Filips wilde af van de financiële afhankelijkheid van de Staten-Generaal, het lokale bestuur van de Nederlanden, die in ruil voor financiële toezeggingen politieke tegenprestaties vroeg. De Staten-Generaal was bang dat door het beleid van Filips II, de gewesten veel minder invloed zouden krijgen op het bestuur van de eigen gebieden.

Bisschoppelijke herindeling als politiek instrument
In 1559 vaardigde paus Paulus IV de bul (pauselijke brief) Super Universas uit. Deze voorzag in een herziening van de indeling van de bisdommen in de Nederlanden. Filips had hier belang bij, omdat hij wilde dat de staatkundige grenzen van zijn rijk samenvielen met de kerkelijke grenzen, en dat was nog niet zo. In de strijd tegen de protestantse ‘ketterij’ was de paus afhankelijk van katholieke vorsten als Filips. Die mocht daarom voortaan de bisschoppen benoemen, nadat de paus zijn goedkeuring aan de te benoemen kandidaat had gehecht. Omdat de bisschoppen vooraanstaande posities in de gewestelijke staten, de Raad van State en de Staten-Generaal bekleedden, was dit privilege van groot politiek belang voor Filips. Hij kon zijn macht in de overheidsorganen via deze kerkelijke functionarissen vergroten en die van de adel juist verkleinen.

Adel verdedigt haar oude rechten en maakt zich sterk voor religieuze tolerantie
Zowel de bestuurlijke centralisatie als de religieuze intolerantie zinde de adel maar weinig. Zij maakte zich vanaf 1565 juist sterk voor godsdienstvrijheid. In april 1566 richtten de edelen twee smeekschriften aan de landvoogdes Margaretha van Parma, de halfzus van Filips die het bestuur over de Nederlanden voor hem waarnam. Zij vroegen volledige godsdienstvrijheid in de Nederlanden, maar bovendien om het bestuur over dit gebied over te laten aan leden van de eigen hoge adel, zoals Willem van Oranje of de graven van Egmond en Horn. Eén van Margaretha’s ambtenaren zou bij die gelegenheid hebben gezegd: ‘Madame, ce ne sont que des gueux’ (mevrouw, het zijn slechts bedelaars). Hier komt het woord geuzen vandaan, het begrip waarmee tegenstanders van de Spaanse koning werden aangeduid. De verzoeken om godsdienstvrijheid en lokaal zelfbestuur bleven onbeantwoord.

Beeldenstorm
De sociaal-politieke situatie in de Nederlanden verslechterde onder invloed van een economische malaise. 1566 zou de geschiedenis ingaan als het hongerjaar. De graanoogst mislukte, de toevoer van graan uit de Baltische staten stokte, omdat de Sont door een militair conflict tussen Zweden en Denemarken niet bevaren kon worden. Toen een strenge winter volgde ontstond er een hongersnood zoals die zich in de Nederlanden sinds mensenheugenis niet meer had voorgedaan.
1566 was bovendien het jaar van de beeldenstorm: protestanten en ontevredenen drongen katholieke kerken en kloosters binnen en richtten daar een ravage aan. Politieke, religieuze en economische spanningen kwamen hierin samen. Lokaal waren er grote verschillen in heftigheid. In augustus ontstond de beeldenstorm in Zuid-West Vlaanderen en verspreidde zich van daaruit naar het noorden. De beeldenstormers richtten zich tegen alles waar het katholicisme in hun ogen voor stond: rijkdom, macht en de magie van misviering en heiligenverering. Vooral het altaar moest het ontgelden, de plaats waar zich het belangrijkste ritueel van het katholicisme voltrok, de viering van de eucharistie waarin de priester (hij was de enige die dat kon) brood en wijn veranderde in het lichaam en bloed van Jezus Christus: de zogenaamde transsubstantiatie.
Voor de protestanten hadden brood en wijn daarentegen vooral symbolische betekenis: een herdenking aan het laatste avondmaal terwijl zij ook niet geloofden in de unieke bemiddelende kracht die de katholieken hun priesters toedichtten.

Naast het altaar werden de beelden die de katholieke kerken kloosters sierden, omver gehaald en vernield. De beeldenstormers wilden zo laten zien dat die beelden geen magische kracht hadden, net als de heiligen die zij representeerden. Wat de katholieken deden met hun beelden was ´paapse (paaps komt van papa, de paus) beeldendienst´, afgoderij met andere woorden. In de bijbel stond nu juist dat dat niet mocht: de mens mocht geen beelden maken van enig wezen in de hemel en mocht ook niet voor beelden knielen of deze vereren, maar alleen voor God zelf (Deut. 5,8-9).

1568-1648: de Opstand
In 1568 kwamen de gewesten Holland, Zeeland, Gelderland, Utrecht, Friesland, Drente en Groningen in opstand tegen Filips II. Zij voerden geen onafhankelijkheidsstrijd, maar streden voor hun oude privileges. Hun strijd kende een dubbel motief: het verzet tegen vergaande politieke centralisatie  en voor religieuze tolerantie. Dit motief werd samengevat in de leus Haec libertatis ergo, Haec religionis causa (Omwille van de vrijheid – omwille van de godsdienst). Genoemde gewesten tekenden in januari 1579 de Unie van Utrecht. Hierin werd vastgelegd dat niemand omwille van zijn geloofsovertuiging vervolgd mocht worden. De gewetensvrijheid van ieder individu was daarmee gewaarborgd, maar geen godsdienstvrijheid. Dit verdrag was een primeur in de Europese geschiedenis en mede te danken aan het ideaal van religieuze verdraagzaamheid, zoals Willem van Oranje deze verdedigde. Dezelfde gewesten ondertekenden in 1581 het  Plakaat van Verlatinghe, waarin zij Filips II definitief afzworen als wettige vorst en partij kozen voor Willem van Oranje. Willem, die een deel van de adel aanvoerde in de strijd tegen Filips en zijn landvoogd, de hertog van Alva.

pag 1 - 2 - 3

Klik op de afbeelding voor meer bronmateriaal De Nederlanden onder Karel V en Filips II
Klik voor meer bronmateriaal op de afbeelding Bisdommen vóór 1559
Klik voor meer bronmateriaal op de afbeelding
Bisdommen in de Nederlanden na 1559